Weggeman, M. Leidinggeven aan professionals? Niet doen!
(9e druk ed., Vol. Deel II). Noord-Brabant, Nederland: Scriptum, Schiedam.
Wat is voor mij belangrijk in dit hoofdstuk?
Geïnspireerd door een aantal mooie filmopnames heb ik het boek ter hand genomen. Nieuwsgierig als ik was, wilde ik graag weten wat Mathieu Weggeman te vertellen heeft over "leren". Dus voor nu deel I overgeslagen en rechtstreeks door naar deel II: Kennis, leren en type professionals. In de context van mijn studie lees ik voor "kenniswerker" de "docent".
Hieronder een samenvatting aan de hand van gedachten en citaten:
Blz. 246. kennismetafoor
Tot en met blz. 250 gaat het over kennismanagament.
Blz. 251.
Omschrijving van leren:
Ambacht van de kenniswerker: steeds beter leren te leren.
Wat is voor mij belangrijk in dit hoofdstuk?
- Vakmanschap is meesterschap - het ontwikkelen van docent/leraar naar meester!! (persoonlijke statement)
- Leren is een kenniscreatieproces (blz. 252)
- Het vak van docent is een ingewikkeld beroep, omdat docenten ook kenniswerkers zijn (blz. 253).
- De manier van leren van een professional (blz. 252).
- De kenmerken en criteria van een professional - dus ook van een goede docent (blz. 258 t/m 260).
- De ontwikkeling van een professional tijdens zijn professionele loopbaan (blz. 267)
- Het inzicht voor het thema leren waarom sommige docenten als lastig worden ervaren en niet lijken te leren (maar dit dus wel doen)
- Waarom docenten zich eigenwijs/"stout" gedragen (blz. 260) - wat voor mij weer aansluit bij character-strengths
Geïnspireerd door een aantal mooie filmopnames heb ik het boek ter hand genomen. Nieuwsgierig als ik was, wilde ik graag weten wat Mathieu Weggeman te vertellen heeft over "leren". Dus voor nu deel I overgeslagen en rechtstreeks door naar deel II: Kennis, leren en type professionals. In de context van mijn studie lees ik voor "kenniswerker" de "docent".
Hieronder een samenvatting aan de hand van gedachten en citaten:
Blz. 246. kennismetafoor
"Kennis is een functie van Informatie, Ervaring,Vaardigheden en Attitude."
K = f (I x EVA)
Tot en met blz. 250 gaat het over kennismanagament.
Blz. 251.
Omschrijving van leren:
"Leren is het doorlopen van een proces, waarmee - impliciete of expliciete - kennis gecreëerd wordt."
"Kennis kan daarom ook gedefinieerd worden als het resultaat van een leerproces."Leren vindt plaats als iemand zoekt naar nieuwe kennis, als iemand bezig is zijn huidige kennis te verrijken, als iemand zijn kennis toetst op bruikbaarheid door die in een bepaalde situatie toe te passen, als iemand zich kennis aan het eigen maken is en als iemand zich ontdoet van kennis die hij niet langer belangrijk acht (afleren).
Ambacht van de kenniswerker: steeds beter leren te leren.
"Leren is een dynamisch proces van interactie tussen informatie, ervaring, vaardigheden en attitude, dus het dynamisch proces waardoor K = f(I x EVA) tot stand komt."Hulpvragen om de productiviteit van het eigen leerproces te vergroten:
- Leer ik de juiste dingen?
- Is mijn manier van leren voldoende gericht op het produceren van kennis die ik voor de uitvoering van mijn werk nodig heb?
- Leer ik snel genoeg?
- Kost het me niet te veel inspanning, tijd of geld?
- Bestaat er geen aangenamere manier om te leren wat ik wil leren?
Blz. 252 kenniscreatieproces
"Hiervoor is leren gedefinieerd als een kenniscreatieproces. Voor de uitvoering van dat proces is óók kennis nodig. Kennis is dus zowel input als output van een leerproces."
Empirisch leren is het creëren van kennis door te reflecteren op de uitkomsten die het gevolg zijn van een daaraan voorafgaande toepassing van reeds beschikbare kennis (bijv. leren lopen).
Rationeel leren is kenniscreatie door te reflecteren op de overdracht van informatie (bijv. leren rekenen).
Rationeel leren is kenniscreatie door te reflecteren op de overdracht van informatie (bijv. leren rekenen).
Blz. 253.
Advies m.b.t. snel verouderend kennis: kies voor socialiseren in meester-gezelrelaties.
Advies m.b.t. kennis met een lage ontwikkelingssnelheid (basiskennis) kan de lange weg (externaliseren - combineren - internaliseren) zinvol zijn.
Advies m.b.t. snel verouderend kennis: kies voor socialiseren in meester-gezelrelaties.
Advies m.b.t. kennis met een lage ontwikkelingssnelheid (basiskennis) kan de lange weg (externaliseren - combineren - internaliseren) zinvol zijn.
Dan komt er een voorbeeld over een ingewikkeld beroep, waarbij het maar niet lukte om iets onder de knie te krijgen aan de hand van een handboek. Uiteindelijk was voor de overdracht van de kennis het empirisch leren nodig: dus sociale overdracht in een meester-gezelrelatie. (In andere literatuur wordt het vakmanschap van een leraar ook gezien als een ingewikkeld beroep.)
Weggeman concludeert daarna:
Blz. 256 en 257 gaan over professionalisering.
Kenmerken van een kenniswerker (lees dus leraar):
blz. 258. Weggeman haalt vervolgens de kwaliteiten van kenniswerkers aan die door Nonaka & Takeuchi (1995) zijn beschreven:
"Kortom leren alleen op basis van informatieoverdracht biedt niet de sociale interactie die voor het delen van impliciete, tacit kennis vereist is.Blz. 254 en 255 gaan verder met de lerende organisatie.
Blz. 256 en 257 gaan over professionalisering.
Kenmerken van een kenniswerker (lees dus leraar):
- Is actief in het primaire proces van de organisatie.
- Behandelt dagelijks een aantal discrete, relatief van elkaar onafhankelijke casussen.
- Hanteert vooral cognitieve vaardigheden in plaats van motorische vaardigheden.
blz. 258. Weggeman haalt vervolgens de kwaliteiten van kenniswerkers aan die door Nonaka & Takeuchi (1995) zijn beschreven:
- High intelectual standards
- a strong sense of commitment to re-create the world according to one's own perspectieve
- A wide variety of experiences, both inside and outside the company
- Skilled in carrying on a dialoguw with customers as well as with colleagues within the company
- Open to carrying out candid discussions as well as debates with others
Blz. 259 ik neem deze pagina bijna helemaal over, omdat hierin de problematiek van de doelgroep besloten ligt.
Kenmerken van een professional
Kenmerken van een professional
- Beschikt over gespecialiseerde kennis, doorgaans verkregen na een langdurige opleiding en door voortdurend leren van opgedane ervaringen en toegepaste vaardigheden
- Streeft naar autonomie en heeft recht om keuzes te maken over hoe en met welke middelen het beroep wordt uitgeoefend (sluit aan bij gespreid leiderschap en de professionele ruimte)
- Is gedreven en in hoge mate betrokken bij de uitoefening van het beroep
- Heeft behoefte aan identificatie met de beroepsgroep en met naaste collega's.
- Heeft een sterke beroepsethiek en voelt zich verplicht dientsten te verlenen zonder voortdurend rekening te houden met de financiële belang van de organisatie en zonder emotioneel betrokken te raken
- Hanteert professionele standaarden en hij wil (beroeps)normen intercollegiaal handhaven en controle op het gedrag van andere professionals.
De professional is vooral individueel ingesteld. Voor veel professionals zijn vrijheid en autonomie belangrijke redenen voor de beroepskeuze. De professional houdt ervan zijn werk relatief solistisch te verrichten en als hij samenwerkt, is dat doorgaans in een los-vaste verhouding rond een specifieke taak of tijdelijke opdracht. Zowel wat activiteiten betreft, als in zijn houding, is de professional kritisch en onafhankelijk. De sterke betrokkenheid bij zijn werk, is het gevolg van het feit dat zijn beroep hem in staat stelt, zijn behoefte aan persoonlijke groei en erkenning in het vak te bevredigen. Samenvattend is de taak van de professional het relatief zelfstandig en creatief aanwenden van kennis, ter realisering van de doelen van de organisatie en die van hemzelf, met een eigen aandacht voor de efficiëntie van de geleverde bijdrage.
Blz. 260 Criteria waaraan professionals moeten voldoen om succesvol te kunnen functioneren (ontleend aan Shapero, 1985).
- Vakinhoudelijke capaciteit - de kennis bezitten om keer op keer een effectieve bijdrage op hoog deskundigheidsniveau te leveren
- Ontwikkelingspotentie - het vermogen om zichzelf vakinhoudelijk voortdurend te vernieuwen en de grenzen van de eigen mogelijkheden te verleggen
- Creativiteit - in staat zijn om problemen creatief te formuleren en het kunnen creëren van oorspronkelijke en vernieuwende antwoorden en oplossingen
- Initiatief en ondernemerschap - bereid en in staat zijn om voorstellen te doen uit eigen beweging en nieuwe ontwikkelingen op gang te brengen (innovatie)
- Samenwerkingsbereidheid - over het vermogen beschikken om in samenspel met anderen het gezamenlijke resultaat te verbeteren
- Blijvende betrokkenheid - de neiging hebben om een substantieel deel van de loopbaan te realiseren bij dezelfde organisatie, zodat individuele bijdragen ook betekenis krijgen in de context van een collectieve ambitie.
De behoefte aan vrijheid en autonomie is er de oorzaak van dat het professionals vooral moeite kost om ook te scoren op de laatste twee punten - volgens Weggeman.
Stereotype opvattingen van professionals gestimuleerd door hun autonomie (hier komen we bij de kern van ons themaprobleem - stoute docenten)
Stereotype opvattingen van professionals gestimuleerd door hun autonomie (hier komen we bij de kern van ons themaprobleem - stoute docenten)
- Ik heb het recht managementbeslissingen NIET uit te voeren als die tegen mijn professionele standaards ingaan
- De door mij gewenste managementstijl moet leiden tot afwezigheid van het gevoel gestuurd te worden
- Solistisch optreden is een recht
- Vakbekwaamheid is het enige acceptabele criterium voor promotie
- Een goed professioneel resultaat is belangrijker (dan het invullen van welk formulier dan ook, het binnen het budget blijven en dergelijke)
- Ik ben de trotse eigenaar van het resultaat van mijn werk
- Top-down managementinformatie moet glashelder, consistent en waar zijn; als er nog geen concreet besluit te melden valt, wens ik door bestuurders lastig gevallen worden met informatie over de stand van zaken inclusief vigerende onzekerheden, back-up strategiën en contingency plannen
- Het handelen van het management dien ik kritisch te volgen en ik mag daar plezier aan beleven
- Ik heb de neiging het niveau van professionele kennis dat ik bereikt heb eveneens van toepassing te verklaren als ik gevraagd wordt uitspraken te doen over zaken die buiten mijn vakgebied liggen. ('Ze luisteren altijd naar me omdat ik een gepromoveerd fysicus ben, ook als het over dingen gaat die niets met mijn vak te maken hebben. Mijn ervaring is dat als ik ergens maar lang genoeg over praat, er op op een gegeven moment altijd wel iets verstandigs tussen zit.')
- Toevoeging vanuit het perspectief van de manager: professionals willen niet alleen autonomie, maar daarnaast geruisloos geregelde prima werkomstandigheden en arbeidsvoorwaarden
- Én: zij beschikken, ondanks intercollegiale toetsingspraktijken, niet of nauwelijks over effectieve regels om collega's die er de kantjes vanaf lopen uit hun midden te verwijderen (zie deel I).
Autonomie kan NIET zonder kritische zelfreflectie.
Autonomie zonder zelfreflectie leidt uiteindelijk tot "dictatuur van de domheid".
Zelfreflectie zonder autonomie leidt tot frustratie en te veel fantasie.
Volgens Maslow is zelfreflectie nodig om tot zelfactualisatie te komen. Dit blijkt een van de belangrijkste motieven voor professionals te zijn om te werken.
Autonomie zonder zelfreflectie leidt uiteindelijk tot "dictatuur van de domheid".
Zelfreflectie zonder autonomie leidt tot frustratie en te veel fantasie.
Volgens Maslow is zelfreflectie nodig om tot zelfactualisatie te komen. Dit blijkt een van de belangrijkste motieven voor professionals te zijn om te werken.
Blz. 262 wordt vermeld dat 1e lijnsmanagers veel tijd zouden moeten besteden aan het samenstellen van teams. Fouten die gemaakt worden bij het selecteren van de juiste persoon voor de juiste plaats in het juiste team, kunnen langdurig van invloed zijn op de prestaties van het team.
Citaat voor Joyan:
Blz. 263 t/m 265 gaat in op de verschillende typen professionals hieronder de gegevens uit de tabel van blz. 264
Karakteristieken van een I-prof: vooral innoverend en improviserend werkend
Onderzoek heeft aangetoond dat de cumulatieve output van een team professionals meer gebaat is bij een iets minder excellente medewerker met voldoende aanpassingsvermogen dan bij een zichzelf isolerend genie: 'What one is looking for is not an idealised personality, but rather a fit with people who are already on board - Badawy, 1988).
Blz. 263 t/m 265 gaat in op de verschillende typen professionals hieronder de gegevens uit de tabel van blz. 264
Karakteristieken van een I-prof: vooral innoverend en improviserend werkend
- vernieuwt; maakt radicaal nieuwe informatie
- doet dat vooral op basis van de kenniscomponenten informatie en attitude (zie formule)
- is flexibel en creatief
- doorbreekt patronen
- 15 - 20 procent van de populatie kennis-werkers is I-prof
Karakteristieken van een R-prof: vooral routinematig werkend
- verbetert, overtreft (bestaande) normen, records en standaardpraktijken
- doet dat vooral op basis van de kenniscomponenten ervaring en vaardigheid (zie formule)
- is efficiënt en geconcentreerd
- ontwikkelt patronen
- 80 - 85 procent van de populatie kennis-werkers is R-prof
Blz. 265 t/m 267 geven een uitleg aan een model van de ontwikkeling van de I-prof en en de R-prof. In dit model is eigenlijk supergoed weergegeven wat er gebeurt met onze doelgroep "stoute" docenten. Daarbij zie ik de "stoute" docenten als R-prof. Het pad van de I-prof geeft misschien mogelijkheden om de R-prof los te trekken. In het gesprek met Marysol op 14 maart kwamen we tot de conclusie dat vooral het perspectief van onze "stoute" docenten het probleem was. Zouden ze zelf wel weten dat ze met hun defensive routines op weg zijn naar skilled incompetence?
Verklaring termen:
Verklaring termen:
- Pigeon Holing = de complexe situatie vereenvoudigen en vervolgens te standaardiseren (Perrow 1970) - als je alleen over een hamer beschikt, ben je geneigd de hele wereld als een spijker te zien - Abraham Maslow.
- Overadaptatie = de prof heeft de regels zo vaak toegepast dat hij zich de oorspronkelijke kennis die er aan ten grondslag lag niet meer herinnert.
- Defensive routines = de eigen positie verdedigen of de onmisbaarheid daarvan aantonen door veelvuldig te communiceren dat je van alles hebt gedaan.
- Skilled incompetence = de prof heeft grote deskundigheid opgebouwd op een kennisgebied dat overbodig is geworden of in methoden en techniek die inmiddels achterhaald zijn, komt met oplossingen die geen soelaas bieden voor de aan de orde zijnde problemen (komt heel dicht bij mijn "stoute" docenten.
I-prof is tot op hoge leeftijd in staat door te werken.de vaardigheid die hen daarbij helpt is "leren leren". Ze houden ervan om dezelfde situatie iedere keer weer op een andere manier aan te vliegen. "There are no surprises without expectations, nor expectations without knowledge"- Herbert Simon - nobelprijswinnaar. Bij hun proces gebruiken I-profs creativiteit en intuïtie. Hun attitude is 'eerst anders, dan beter'. Hierdoor krijgen pigeon holing en overadaptatie (en de rest die eruit volgt) weinig kans.
Blz. 270 + 271: nieuwe topic voor de presentatie misschien "van leraar naar meester".
Meesters in het vak (I-prof):
- De meester houdt ervan om op elkaar lijkende vragen steeds weer op een andere manier aan te vliegen en om te experimenteren met nieuwe oplossingen voor bekende problemen. Hij houdt niet van routines en is wars van richtlijnen, protocollen, stappenschema's en common practices. Dat wil zeggen: hij vindt dat nuttig voor leerlingen en voor een deel ook voor gezellen, maar niet meer voor zichzelf.
- De meester ervaart dat hij in staat is patronen te doorbreken als hij een verrassingsmoment beleeft.
- Meester dwalen relatief snel af van het onderwerp. Zij leggen originele, niet ter zake doende verbanden, slaan zijwegen in en 'verpakken' de voorgelegde vraag of het gestelde probleem graag in een grotere vraag of in een ander probleem.
- De meester reflecteert voortdurend en kort-cyclisch op alles wat hij gedaan en gedacht heeft.
- De meester kent niet of nauwelijks momenten waarop hij niet nadenkt.
- De meester houdt een tweede - en soms nog een derde - vakgebied bij dat doorgaans ver staat van de discipline waarin hij een aanstelling heeft, (...).
- De meester kan zich indenken dat collega's hem nomineren als meester in het vak, dat wil zeggen: die nominatie verbaast hem niet.
- De meester heeft weinig last van stress, vindt zijn vak niet bijzonder moeilijk en heeft niet het idee dat hij veel meer dan 40 uur per week moet werken.
- De meester is niet zo mode- of trendgevoelig en ziet mede daarom geen reden om idiocrasieën te verbergen.
- Vooral de meester in de techniek raakt van slag door bureaucratie en door veranderingen in zijn fysieke en sociale omgeving. Eigenlijk moet alles wat er vakmatig niet zo veel toe doet altijd hetzelfde blijven
Blz. 272
Afsluiting:
Afsluiting:
"Laat de professional zijn wie hij is; dat vergroot de kans op duurzaam meesterschap" - Mathieu Weggeman.
"Ik werk alleen daar waar ik mij goed voel. Ik kom alleen daar waar ik mag zijn wie ik ben." - Franse meesterclown Jean Paul Ledun.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten