dinsdag 30 december 2014

Boek - H4 Illeris: Expansive learning - Yrjö Engeström

H4 Expansive learning: toward an activity-theoretical reconceptualization
Yrjö Engeström

Yrjö Engeström baseert zijn werk op de theorie van Lev Vygotsky. Hij combineerde dit met het werk van Briton Gregory Bateson. Hij werkt in zijn Boundary Crossing Laboratory (lab voor grensoverschrijdend gedrag) in Helsinki.

Wat is in deze theorie belangrijk voor mij?
-Als ik een leertheorie rondom een speciale groep opbouw, ik de vragen van blz. 53 moet gaan beantwoorden.
-Het idee van mediation (Vygotski) sluit aan bij mijn idee over de dialoog opzoeken (blz. 54)

Blz. 53
Ieder leertheorie moet op zijn minst de volgende 4 vragen beantwoorden:


  1. Wie zijn het onderwerp (subjects) van het leren - hoe zijn ze gedefinieerd en gelokaliseerd?
  2. Waarom leren zijn - waarom doen ze de inspanning (doen ze de moeite)?
  3. Wat leren zij - wat is de inhoud en uitkomst van het leren?
  4. Hoe leren zij - wat zijn de sleutelacties/kernacties in het leerproces?
Blz. 54
Vygotski creëerde het idee van mediation. Een object is alleen maar ruw materiaal voor het formeren van logische operaties in het subject (Piaget).


Blz. 55

Verder aangepast model van activiteitensysteem van Yrjö Engeström:


Het object is afgeschilderd als een ovaal, waarmee aangeven wordt dat object-georiënteerde acties altijd, expliciet en impliciet, gekarakteriseerd worden door ambiguïteit, verrassing, interpretatie, betekenisgeving en de potentie tot verandering. In het activiteitensysteem vindt je de focus op:
  • complexe interrelaties tussen het individuele subject en en zijn/haar gemeenschap (CoP)
  • contradictie in activiteiten tussen het subject en de gemeenschap (CoP) - dit was in de USSR toentertijd onbespreekbaar
Blz. 56 + 57.

5 principes van de CHAT
  1. Het is een collectief, artifact-gemedieerd en object-georiënteerd activiteitensysteem, gezien in het licht van zijn netwerk en andere activiteitensystemen - het is de primaire eenheid van analyse. 
  2. Een activiteitensysteem heeft vele meningen (voices). Het is altijd een CoP met verschillende visies, tradities en interesses. De werkverdeling bij een activiteit creëert de verschillende posities van de deelnemers. Iedere deelnemer heeft zijn eigen historie, artifacts, regels en connecties. De (vele) verschillende meningen als activiteitensystemen gaan samenwerken, zijn een bron van moeilijkheden en een bron van innovatie, waarvoor actie en onderhandeling nodig is. 
  3. Een activiteitensysteem krijgt vorm en transformeert door de tijd heen. De historie van het systeem moet bestudeerd worden als lokale geschiedenis van de activiteiten en haar objecten en als historie van haar ideeën en tools waardoor de activiteit vorm heeft gekregen.
  4. Contradicties spelen een centrale rol als bron van verandering. Contradicties veroorzaken onrust en conflicten, maar innoveren ook pogingen tot veranderingen van het systeem.
  5. Een expansieve verandering wordt gerealiseerd als het object en het motief van de activiteit zijn geconceptualiseerd, om een radicaal bredere horizon van mogelijkheden (dan in de vorige versie) te omarmen.
Het is de afstand (verschil) tussen de huidige, dagelijkse acties van de individuen en de historisch nieuwe vorm van de sociale activiteit die collectief gegenereerd kan worden, als een oplossing om een dubbele binding in te bedden in de dagelijkse acties - Engeström ,  1987.

Blz. 58
Expansief Leren: een nieuwe benadering

Standaard leertheoriën richten zich op processen waarbij een individu/organisatie bepaalde kennis of vaardigheden verwerft, op een manier waardoor er een relatief blijvende verandering in gedrag bij het individu/organisatie waarneembaar is.
Bijv. "Er is een competente leraar die weet wat er geleerd moet worden."

Maar dit is helemaal geen stabiele situatie: mensen leren en veranderen voortdurend. Bij belangrijke veranderingen in het privéleven en in organisatiepraktijken moeten we voortdurend dingen leren di er nog niet zijn. Deze worden letterlijk geleerd terwijl er gecreëerd wordt.
Bijv. "Er is dus geen competente leraar voor."

3 niveaus van leren - Georg Bateson (1972)
  1. Conditioneren, acquisitie van de responsen die juist zijn in de gegeven context.
  2. Men leert de diepgewortelde regels en patronen in context met zichzelf. Hierdoor ontstaat er een dubbele binding.
  3. Een persoon of groep begint radicale vragen te stellen bij de zin en betekenis van de context en wordt er een bredere context geconstrueerd. Hierbij ontstaat expansief leren.
    Dit is in essentie een collectieve poging. Dit komt zelden voor en is gevaarlijk. Het heeft zijn eigen typische acties en gebruik van tools.
Expansieve leeractiviteiten produceren cultureel nieuwe activiteitspatronen.

Blz. 59 t/m 68 bestaat uit 9 casussen.

Blz. 69.
Verwijzing naar de Nonaka and Takeuchi's (1995) raamwerk van cyclische kenniscreatie. het raamwerk bestaat uit vier basisbewegingen: socialisatie, externalisatie, combinatie en internatlisatie. Een centraal probleem hierbij is dat er wordt verondersteld dat hetgeen geleerd moet worden van bovenaf opgelegd wordt door management, en dat bevindt zich meestal buiten het lokale proces. 

Verder wordt op de pagina de cyclus van expansief leren uitgeled (van Engeström), zie figuur hieronder:

Tenslotte wordt het hoofdstuk afgesloten met een casus waarin een conceptmodel, door met elkaar in gesprek te gaan, tenslotte geaccepteerd wordt door alle partijen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten