Posts tonen met het label metacognitie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label metacognitie. Alle posts tonen

dinsdag 3 maart 2015

Boek - H11 Illeris: Culture, mind and education - Jerome Bruner

Dit hoofdstuk is ontleend aan het boek "The Culture of Education"

Wat is op dit moment voor mij van belang uit dit hoofdstuk?
1. Je kunt mensen iets leren door hun geest te zien als een computer. Daarbij is het van belang om vooral ook goed vast te leggen hoe je de output wilt hebben. Dit sluit volgens mij aan bij het model van M. Weggeman van de I-prof - knowledge pulling.

2. Mensen leren onder invloed van de cultuur waarin ze leven en werken.
3. De socratische dialoog valt onder de culturele benadering.
4. Culturalisme is nodig in een school om "zelfconstructie" van de lerende te realiseren.


In de 90-er jaren van de vorige eeuw was er een fundamenteel andere kijk ontstaan op hoe de menselijke geest werkt. Deze veranderde visie groeit uit tot 2 zéér divergente concepties.

  1. De geest kan gezien worden als een computer
  2. De menselijke geest wordt gevormd en gerealiseerd door gebruik in de menselijke cultuur
ad. 1: Dit model gaat vooral over hoe eindige, gecodeerde, ambigue informatie over de wereld wordt ingeschreven, gecodeerd, opgeslagen, gesorteerd, teruggevonden en gemanaged wordt. De goede vorm is zowel de sterke als de zwakke kant van dit model. Maar centraal in dit model staat dus een gecomputeriseerd model van de geest dat adequaat genoeg is om te onderwijzen.

ad. 2 De aard van de menselijk = culturalisme. Gebaseerd op het evolutionaire gegeven dat de menselijke geest niet veilig is voor cultuur.

blz. 161

Cultuur = superorganisch (Kroeber 1917). Het vormt ook de geest. Vooral in het betekenis geven aan dingen in verschillende settings en bij speciale gelegenheden.
Cultuur (alhoewel dit door mensen gevormd is) vormt en faciliteert de werking van een karakteristieke menselijke geest. Vanuit dit gezichtspunt zijn leren en denken altijd gesitueerd in een culturele setting en altijd afhankelijk van het gebruik van culturele bronnen (zie e.g. Bruner 1990).

Zowel het computationele model als het culturalisme zoeken naar het samenbrengen van psychologie, antropologie, linguistiek en algemene menswetenschappen om tot een nieuwe formulering van het model van de menselijke geest te komen.

Computationalisme kijkt naar hoe de info georganiseerd en gebruikt wordt, kijkt dus niet zozeer naar het proces.
Culturalisme kijkt naar hoe mensen in gemeenschappen betekenis creëren en transformeren.

blz. 162
Als de geest gezien wordt als de capaciteit om te reflecteren en te redeneren, dan past dit in het concept van de Socratische dialoog.
Naarmate kunstmatige/artificiële intelligentie (AI) zich verder ontwikkelt kan deze steeds meer beschreven worden in termen van de "echte" geest. Wat hierbij moeilijk is om regels te bepalen en te definiëren. Hoe een AI moet beslissen, hoe feedback uit de resultaten gebruikt moet worden bij de volgende keer. Er moeten dus goede prefixes gemaakt worden

blz. 163
Als alles helder is geformuleerd en de regels goed zijn opgesteld, dan verdwijnt het verschil tussen computationalisme en culturalisme. Denk bijvoorbeeld maar eens aan een tolk en een vertaalcomputer ... langzaam aan groeien deze steeds verder naar elkaar toe.
blz. 164 Gaat verder over het dichten van de kloof tussen computationalisme en culturalisme.

Theory of mind: als er een theorie wordt opgesteld, moet er in ieder geval een aantal specificaties in staan die beschrijven hoe er significant verbetert en bijgesteld kan worden, om educatief interessant te zijn.

blz. 165 + 166
Computationalsime komt tot 3 vormen/stijlen
  1. herformuleren van klassieke theorieën van onderwijzen en leren
  2. herformuleren van een plan over wat de lerende nodig heeft of wat hem kan helpen en het analyseren van protocollen
  3. aanpassen: reduceren van eerdere complexiteiten om ervoor te zorgen dat het beter bij het criterium past. Daardoor kan het in een ander situatie ook gebruikt worden = metacognitie.
Culturalisme:
  1. Educatie is geen eiland. Dus welke functie heeft educatie voor de cultuur?
  2. Waarom is de educatie op een bepaalde plaats aanwezig in een cultuur?
  3. Wat gaat deze educatie opbrengen, welke bronnen komen beschikbaar?
Het kijkt naar de macrokant van de cultuur en de microkant in de cultuur.
blz. 167.
Culturalisme maakt zeer zeker gebruik van de inzichten van computationalisme. Met een uitzondering: subjectiviteit. 
In de processen van het betekenis-geven spelen emotie en gevoelens zeer zeker een rol. Culturalisme in de school is dan ook zee zeker belangrijk in het kader van "zelf-constructie".

zaterdag 2 augustus 2014

Boek - Canon van het leren H49: zelfgestuurd leren - John H. Flavell (1977)

Jong, F. d. (2012). Zelfgestuurd leren - [John H. Flavell]. In M. Ruijters, & R. Simons (Eds.), Canon van het leren: 50 concepten en hun grondleggers (pp. 613-622). Deventer: Kluwer.

Wat is voor mij van betekenis uit zelfgestuurd leren?

  • eigenaarschap van het leren ligt nagenoeg helemaal bij de lerende
  • actieve invloed van de lerende op het leren
  • past naadloos aan bij mijn eigen leerstijl
  • past binnen datgene wat ik wil gaan bereiken met mijn innovatie-ambitie
  • lerende wordt de eigen coach, de eigen docent
Flavell is een ontwikkelingspsycholoog die zich richtte op de cognitieve ontwikkeling van vooral jonge kinderen, baseerde zich op Piaget. Later: persoonlijke theorieën over hoe kinderen kijken naar hoe hun denken werkt (theories of mind) en onderzoek naar het perspectief van anderen (bijv. empatisch inlevingsvermogen).

Kinderen maken zelden gebruik van strategieën die ze al kennen (productiegebrek).

Metageheugen = kennis hebben van het geheugen.
Metacognitie (Resnick & Glaser, 1976)= bewustzijn dat het ene feit makkelijker of moeilijker te onthouden is dan het andere.
Metacognitie (Flavell): -persoon, taak en strategie staat centraal

  1. = het bewustzijn en kennis over je cognitieve processen, productie en relevante leereigenschappen in relatie tot de inhoud, materiaal en leeromgeving
  2. =actief in de gaten houden, sturen en orkestreren van de (leer)processen in relatie tot inhoud en doel
Declaratieve kennis = weten welke factoren je leren beïnvloeden.

Leren:
  • autonoom leren: de aandacht gaat uit naar het zelf initiatief en verantwoordelijkheid nemen en zelf actief zijn
  • zelfstandig leren: de nadruk ligt op de affectieve kant van het leren
  • zelfgestuurd leren: iemand is én metacognitief én gemotiveerd én neemt actief deel aan het eigen leren
Zelfgestuurd leren wordt beschreven vanuit de LERENDE!
Verwante termen: zelfgecontroleerd leren, 'self-reinforced' leren, jezelf opleiden.

Je wordt je eigen docent, je eigen coach!

Zimmermann: een lerende is vooral een actieve initiator van allerlei activiteiten, als een mentaal en fysiek actief zoeken naar kennis, vaardigheden en ontwikkeling.

Begrippen en verdere ontwikkeling zelfgestuurd leren:
  1. leren en ontwikkelen van jezelf komt dichter bij elkaar te liggen - motivatie, drive, identiteit
    beoogt ontwikkelen van wijsheid
  2. sterke gerichtheid op intformatieverwerking en kennisdoelen - cyclus van probleemoplossen: oriënteren, voorkennis activeren, plannen, uitvoeren, sturen, evalueren, reflecteren
    Frank de Jong - publicatie over zelfgestuurd leren
  3. van zelfgestuurd leren naar samengestuurd leren - sociale media, Knowledge forum, Virutal Action Learning, online communities of practice en learning communities
Let op: zelfgestuurd leren is niet autonoom of autodidactisch leren. Het is ook NIET: 'de leren het zelf laten uitzoeken', 'lerenden aan hun lot overlaten', afdoen met 'het is hun eigen verantwoordelijkheid'.
Attitude en discipline van de lerende:

  • vertrouwen in het eigen leren ontwikkelen
  • openstaan voor feedback en feedforward
  • nieuwsgierig zijn en actief zoeken naar antwoorden
  • zelfverantwoordelijkheid nemen
  • alert zijn op progressie
  •  samen met anderen willen leren
  • sturen van het eigen leerproces
  • verantwoordelijkheid willen nemen voor collectief proces
Metacognitie is een belangrijke voorspeller van leerresultaten, zelfs belangrijker dan intelligentie (zie veenman, van Hout-Wolters en Afflerbach, 2006)(De Jong, 1992).